ECLI:NL:GHSGR:2009:BI2714
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag van werkneemster bij gemeente Rotterdam
De werkneemster trad in 1997 in dienst als banenpooler bij een stichting en werd vervolgens gedetacheerd bij verschillende opdrachtgevers. Diverse detacheringen werden beëindigd wegens problemen met haar houding, gedrag en weigering van aangeboden functies. De gemeente beëindigde haar arbeidsovereenkomst per 1 juni 2005 wegens het niet meer kunnen bemiddelen naar werk en het weigeren van medewerking aan een WSW-traject.
De werkneemster stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en dat de gemeente een valse reden had opgegeven, mede vanwege een slechte relatie met haar consulent. Het hof oordeelde dat de door de gemeente aangevoerde redenen voldoende waren onderbouwd en dat de werkneemster onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen. De slechte verhouding met de consulent werd niet als de werkelijke reden gezien.
Het hof nam mee dat de werkneemster door haar gedrag onbemiddelbaar was en dat de gemeente voldoende had gedaan om haar te plaatsen. Het ontslag werd niet kennelijk onredelijk geacht, ook niet vanwege de gevolgen voor de werkneemster, die mede aan zichzelf te wijten waren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de werkneemster in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het ontslag van de werkneemster niet kennelijk onredelijk is en veroordeelt haar in de proceskosten.