ECLI:NL:GHSGR:2009:BI2803
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- R.C. Schlingemann
- P.S. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over arbeidsvoorwaarden lokale medewerkers Nederlandse ambassade Israël
Deze zaak betreft een hoger beroep van lokale medewerkers werkzaam bij de Nederlandse ambassade in Israël tegen de Staat der Nederlanden over de toepassing en wijziging van hun arbeidsvoorwaarden. De medewerkers vorderden onder meer betaling van achterstallige indexeringen, fringe benefits en een verklaring omtrent de oudedagssuppletie.
Het hof bevestigt dat op de arbeidsovereenkomsten van de medewerkers Nederlands recht van toepassing is, mede vanwege een impliciete rechtskeuze en de uniformeringsdoelstelling van de Rechtspositieregeling Lokale medewerkers (RrLok). Wijzigingen in arbeidsvoorwaarden zijn toegestaan mits niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, en het hof oordeelt dat de Staat hierbij een zwaarwegend belang heeft.
Het markeronderzoek dat ten grondslag ligt aan de wijzigingen is niet ondeugdelijk bevonden. Ook het medezeggenschapstraject is adequaat verlopen. De tijdelijke bevriezing van indexeringen tussen 2001 en 2004 werd gerechtvaardigd geacht vanwege correcties op niet-markersconforme toeslagen. De aanpassingen in de PUW 2004, waaronder vermindering van fringe benefits, zijn niet onaanvaardbaar.
Verder oordeelt het hof dat de oudedagssuppletie terecht wordt verminderd met ontslaguitkeringen en Bituach Leumi, en dat slechts vier medewerkers aanspraak hebben op OBWP over dienstjaren tot 1986. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het een onjuiste datum (1 januari 1998) vermeldt en de proceskostencompensatie, en veroordeelt de medewerkers in de kosten van alle instanties.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis grotendeels, vernietigt het voor de datum in het dictum en proceskosten en veroordeelt de medewerkers in de kosten.