ECLI:NL:GHSGR:2009:BI2883
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling onroerende zaak ondanks bodemverontreiniging
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de waardebepaling van een woning te Leiden centraal, waarbij bodemverontreiniging rond het naburige bedrijfspand een rol speelde. De Inspecteur had de waarde na bezwaar vastgesteld op €148.525, terwijl belanghebbende een waarde van €90.000 bepleitte vanwege de saneringskosten.
Het hof nam het standpunt van de rechtbank over dat belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om een lagere waarde aannemelijk te maken. De bodemverontreiniging was reeds ambtshalve in de waardering verwerkt en de huidige bewoners zouden niet aansprakelijk worden gesteld voor saneringskosten.
Na een mondelinge behandeling op 10 februari 2009 bevestigde het hof de eerdere uitspraak en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 24 maart 2009 in het openbaar uitgesproken door het hof te Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waardebepaling van €148.525 bevestigd.