ECLI:NL:GHSGR:2009:BI3011
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Labohm
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging terugkeer minderjarige naar vader in Portugal op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft een geschil over de terugkeer van een minderjarige naar haar vader in Portugal. De moeder had de toen zesjarige minderjarige in november 2007 zonder toestemming van de vader van Portugal naar Nederland overgebracht. De rechtbank had bepaald dat de minderjarige terug moest keren naar haar vader, en het hof bekrachtigde deze beslissing in hoger beroep.
De moeder voerde onder meer aan dat de rechtbank niet bevoegd was en dat de overbrenging geoorloofd was, onder andere vanwege vermeende toestemming van de vader en bezwaren tegen de geldigheid van het gezag. Het hof oordeelde echter dat de rechtbank wel bevoegd was en dat de overbrenging zonder toestemming van de vader plaatsvond, waarmee deze ongeoorloofd was volgens het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
Het hof stelde vast dat de Portugese rechter het ouderlijk gezag aan de vader had toegekend en dat Nederland en Portugal beide partij zijn bij het verdrag. De moeder kon geen gronden aanvoeren die de terugkeer konden weigeren, zoals een ernstig risico voor het kind. Ook was de minderjarige niet oud genoeg om haar mening bindend te laten zijn. De terugkeer werd daarom bevestigd.
Het hof benadrukte het belang van wederzijds vertrouwen tussen verdragsstaten en dat de rechter in Nederland niet de rechtmatigheid van de Portugese gezagsbeslissing mocht toetsen. De moeder had onvoldoende bewijs voor haar stellingen over vervalsing van documenten. De terugkeer naar Portugal werd gelast met behoud van contactmogelijkheden tussen kind en ouders.
Uitkomst: De beschikking dat de minderjarige terugkeert naar haar vader in Portugal is bekrachtigd en het beroep van de moeder afgewezen.