ECLI:NL:GHSGR:2009:BI3623
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag na uithuisplaatsing en terugplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die haar ontheffing van het ouderlijk gezag over haar twee kinderen bepaalde en Jeugdzorg tot voogd benoemde. De kinderen verbleven in een pleeggezin, maar sinds 27 januari 2009 is de uithuisplaatsing van het oudste kind beëindigd en is hij teruggeplaatst bij de moeder.
De moeder betoogde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij ongeschikt was voor de verzorging en opvoeding van haar kinderen en dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende waren om bedreigingen af te wenden. Jeugdzorg stelde dat de moeder niet openstond voor hulp en dat de kinderen een loyaliteitsconflict hadden.
Ter zitting benadrukte de moeder haar instemming met de plaatsing van het jongste kind bij de pleegouders en de positieve ontwikkeling van het oudste kind bij haar thuis. Het hof concludeerde dat er geen gegronde vrees bestond dat de moeder ongeschikt of machteloos was en dat de maatregelen voldoende waren om de belangen van de kinderen te beschermen.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking, wees het verzoek van de Raad af, stelde de kinderen onder toezicht en benoemde Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam als gezinsvoogdij-instelling, waarbij het verblijf van het jongste kind in het pleeggezin noodzakelijk en vrijwillig werd geacht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ontheffing van het ouderlijk gezag en wijst het verzoek van de Raad af, stelt de kinderen onder toezicht en benoemt Bureau Jeugdzorg als gezinsvoogd.