ECLI:NL:GHSGR:2009:BI3815
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Klein Breteler
- Van Walderveen
- Van Gend
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot stellen nieuwe termijn vervolging wegens verkrachting
De verdachte werd verdacht van meerdere verkrachtingen gepleegd tussen september 2006 en mei 2007. Na een gerechtelijk vooronderzoek werden getuigen gehoord, maar de officier van justitie verzuimde binnen de wettelijke termijn een vervolgingsbeslissing te nemen.
De rechtbank wees daarom het verzoek tot het stellen van een nieuwe termijn af. De officier van justitie ging hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelde dat het algemeen belang het stellen van een nieuwe termijn dringend eist vanwege de ernst en duur van de feiten.
De verdediging stelde dat de seksuele handelingen vrijwillig waren in het kader van een SM-relatie, waardoor strafbaarheid zou vervallen. Deskundigenrapporten wezen echter op de betrouwbaarheid van het slachtoffer en de onwaarschijnlijkheid van een SM-relatie.
Het hof vond dat een diepgaander onderzoek niet passend was in deze fase en dat op het eerste gezicht de verdachte zich aan ernstige feiten heeft schuldig gemaakt. Daarom werd de vordering van de officier van justitie toegewezen en een nieuwe termijn van twee maanden gesteld voor vervolging.
Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing van de rechtbank en stelt een nieuwe termijn van twee maanden voor vervolging wegens verkrachting.