ECLI:NL:GHSGR:2009:BI4250

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
15 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
105.012.405.01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Stille
  • Van Leuven
  • Van Montfoort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 806 RvAlgemene termijnenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot benoeming tot mede-mentor wegens belangenconflict en onvoldoende specificatie bewijsaanbod

Verzoekster, de moeder van betrokkene, kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die haar vader tot mentor van betrokkene benoemde. Zij verzocht om naast hem tot mede-mentor te worden benoemd om zich in te zetten voor herstel van betrokkene, niet alleen verzorging.

Tijdens de mondelinge behandeling verschenen meerdere belanghebbenden, die bezwaar maakten tegen het mede-mentorschap van verzoekster uit vrees voor verstoring van de huidige rustige situatie. Verzoekster bood bewijs aan door middel van getuigen en een deskundige, maar specificeerde dit onvoldoende.

Het hof oordeelde dat verzoekster vrije toegang tot betrokkene heeft en dat benoeming naast de vader tot onrust en onduidelijkheid zou leiden. Het bewijsaanbod werd gepasseerd wegens onvoldoende specificatie. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek tot mede-mentorschap af.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot benoeming van verzoekster tot mede-mentor af en bekrachtigt de benoeming van de vader als mentor.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 15 april 2009
Zaaknummer : 105.012.405.01
Rekestnr. rechtbank : EJ VERZ 07-82599
[appellant],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. drs. E. Tamas.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
1. [belanghebbende sub 1],
wonende te [woonplaats];
2. [belanghebbende sub 2],
wonende te [woonplaats];
3. [belanghebbende sub 3],
wonende te [woonplaats];
4. [belanghebbende sub 4],
wonende te [woonplaats].
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
Verzoekster is op 27 december 2007 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank ‘s-Gravenhage, vestiging ‘s-Gravenhage, van 19 september 2007.
Van de zijde van verzoekster zijn bij het hof op 21 februari 2008 aanvullende stukken ingekomen.
Er is geen verweerschrift ingekomen.
Op 18 maart 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: verzoekster, bijgestaan door haar advocaat, en verder [belanghebbende sub 1], [belanghebbende sub 2] en [belanghebbende sub 4]. [belanghebbende sub 3] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, de advocaat van verzoekster onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities. Verzoekster heeft ter terechtzitting haar beroep gewijzigd in die zin, dat zij verzoekt naast [belanghebbende sub 1] tot mentor te worden benoemd.
Betrokkene, [naam betrokkene], is niet gehoord, aangezien het hof is gebleken dat zij niet in staat is haar mening kenbaar te maken.
HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene en is [belanghebbende sub 1] benoemd tot mentor.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
Verzoekster is op 27 december 2007 in beroep gekomen van een beschikking van de kantonrechter van 19 september 2007. Ingevolge artikel 806 lid 1 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) kan van een beschikking hoger beroep worden ingesteld door degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Nu niet is gebleken dat aan verzoekster in hoger beroep een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden en zij onweersproken heeft verklaard na 25 september 2007 bekend te zijn geworden met de beschikking, en voorts gelet op het bepaalde in de Algemene termijnenwet, concludeert het hof dat verzoekster tijdig in hoger beroep is gekomen.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de benoeming van verzoekster tot mentor.
2. Verzoekster verzoekt in dit hoger beroep, na schriftelijke wijziging in de pleitnotitie van haar raadsman, van haar verzoek ter terechtzitting in appel, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, haar naast [belanghebbende sub 1] te benoemen tot mentor van betrokkene. Verzoekster wil als mentor al haar invloed aanwenden om te bewerkstelligen dat de behandeling van betrokkene zich niet beperkt tot haar verzorging, maar zich ook gaat richten op haar herstel. Zij heeft bewijs aangeboden van al haar grieven door middel van het horen van getuigen en een deskundige.
3. Ter terechtzitting hebben de verschenen belanghebbenden bezwaar gemaakt tegen benoeming van verzoekster tot mentor. Zij vrezen dat de rustige status quo zal worden verstoord indien zij naast [belanghebbende sub 1] bevoegdheden als mentor gaat uitoefenen. Zij stellen dat betrokkene thans de verzorging krijgt die zij nodig heeft en dat verzoekster vrije toegang tot betrokkene heeft.
4. Het hof overweegt het volgende. Nu niet is gebleken van enig bezwaar aan de zijde van belanghebbenden tegen voormelde wijziging van het verzoek in beroep, zal het hof daar van uitgaan. Niet bestreden is dat verzoekster vrije toegang tot betrokkene heeft en haar kan verzorgen. Het zijn de kinderen van betrokkene geweest die hebben verzocht hun vader, [belanghebbende sub 1], tot mentor van hun moeder te benoemen.
Het hof vreest, gelet op de tussen verzoekster en belanghebbenden bestaande animositeit, zoals daarvan is gebleken uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, dat het benoemen van verzoekster tot mentor naast [belanghebbende sub 1] tot onrust en onduidelijkheid zal leiden en is er niet van overtuigd dat de belangen van betrokkene beter zijn gediend met verzoekster als mentor. Het bewijsaanbod passeert het hof, nu niet duidelijk is welke stellingen verzoekster wil bewijzen en met welke getuigen, zodat het onvoldoende gespecificeerd is om ter zake dienende te zijn.
5. Dit leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;
wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Stille, Van Leuven en Van Montfoort, bijgestaan door mr. Martens als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 april 2009.