ECLI:NL:GHSGR:2009:BI5445
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H. Husson
- M. Mink
- J. Punselie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot nietigverklaring en vernietiging erkenning minderjarige wegens wilsgebreken
Verzoekers, de moeder en de man, hebben in hoger beroep verzocht de erkenning van hun minderjarige kind door de man nietig te verklaren of te vernietigen. Zij stelden dat hun intentie niet was gericht op erkenning met de daaraan verbonden rechtsgevolgen, en dat er sprake was van dwaling vanwege onvoldoende voorlichting door de ambtenaar van de burgerlijke stand.
De rechtbank had hun verzoeken eerder afgewezen, en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof stelt dat de akte van erkenning een authentieke akte is die dwingend bewijs levert van de wil van de man en de toestemming van de moeder. Er zijn geen omstandigheden die het beroep op nietigheid op grond van artikel 3:33 BW Pro rechtvaardigen.
Ook het subsidiaire beroep op dwaling wordt verworpen, omdat de wet een beroep op dwaling over de rechtsgevolgen van erkenning niet toelaat. De toestemming van de moeder is niet onder invloed van een wilsgebrek gegeven. Het hof benadrukt het belang van rechtszekerheid en het belang van het kind, dat de man als vader beschouwt.
Het verzoek tot nietigverklaring of vernietiging van de erkenning wordt daarom afgewezen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot nietigverklaring en vernietiging van de erkenning af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.