ECLI:NL:GHSGR:2009:BI7307
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- van Dijk
- Mink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling ondanks bezwaren moeder wegens belangen kind
In deze zaak stond de vraag centraal of de omgangsregeling tussen de man en het kind, vastgesteld in een eerder vonnis, moest worden aangepast vanwege vermeende belangen van het kind. De vrouw, moeder van het kind, voerde aan dat het kind agressief gedrag vertoonde en last had van night terrors sinds de omgang met de man was hervat. Tevens stelde zij dat de man niet goed voor het kind kon zorgen en dat er sprake was van ongezonde belangstelling van de man.
De voorzieningenrechter had reeds bepaald dat de man recht had op omgang met het kind, met een dwangsom voor niet-naleving. De vrouw voerde tegen deze beslissing meerdere grieven aan in hoger beroep, waaronder onjuiste feitelijke aannames en onvoldoende onderzoek naar het belang van het kind.
Het hof oordeelde dat in kort geding geen uitgebreid onderzoek kan plaatsvinden naar de vraag of de omgangsregeling niet langer in het belang van het kind is. De door de vrouw aangevoerde feiten waren onvoldoende zwaarwegend om de omgang te staken. De man betwistte de verbanden tussen de omgang en de klachten van het kind en ontkende de beschuldigingen van de vrouw.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De omgangsregeling blijft van kracht, waarbij het belang van het kind als uitgangspunt geldt, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hiervan af te wijken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de omgangsregeling tussen vader en kind.