ECLI:NL:GHSGR:2009:BI7397
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling tussen grootouders en minderjarige wegens belangenconflict
De grootouders verzochten het hof om een omgangsregeling met hun kleinkind vast te stellen en ontvankelijk te worden verklaard in hun verzoek. Zij stelden dat zij vanaf de geboorte een nauwe persoonlijke betrekking met de minderjarige hadden opgebouwd, mede door intensieve verzorging in periodes dat de moeder niet in staat was.
De vader betwistte dit en voerde aan dat de minderjarige slechts incidenteel bij de grootouders verbleef en dat hij als vader de veilige thuishaven vormde. Het hof stelde vast dat er geen consequente omgangsregeling tussen vader en moeder bestond en dat de relatie tussen grootouders en moeder instabiel was, waardoor de grootouders de minderjarige niet regelmatig zagen.
Hoewel het hof aannam dat er een nauwe persoonlijke betrekking tussen grootouders en minderjarige bestond, oordeelde het dat het ontbreken van een volwassen relatie tussen vader en grootouders en de spanningen tussen hen het risico met zich meebrengen dat de minderjarige klem komt te zitten. Daarom werd het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling afgewezen in het belang van de minderjarige.
Het hof verwierp tevens het verzoek van de vader om de grootouders in de proceskosten te veroordelen en wees het verzoek tot terugverwijzing naar de rechtbank af, omdat het hof bevoegd was om over de zaak te beslissen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de grootouders tot vaststelling van een omgangsregeling af wegens het belang van de minderjarige.