ECLI:NL:GHSGR:2009:BI9098
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Verhuurder verwijdert inboedel zonder toestemming en wordt schadeplichtig
De huurder [H] had tot 1 juli 2001 een woning gehuurd van Vestia in een sloopgebied, waar hij nauwelijks verbleef vanwege onleefbare omstandigheden. In februari 2001 constateerde de politie junken in de woning en in maart 2001 vond er een inbraak plaats. Op 30 mei 2001 betrad Vestia, samen met de politie, zonder toestemming de woning en verwijderde de aanwezige goederen, die vervolgens verdwenen.
[H] vorderde een verklaring voor recht dat Vestia onrechtmatig had gehandeld door de woning te ontruimen zonder toestemming en zonder de verwijderde goederen te registreren, en eiste €25.000 schadevergoeding. De rechtbank stelde vast dat het verwijderen van eigendommen zonder opslag wanprestatie of onrechtmatige daad oplevert, maar wees de schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs.
In hoger beroep stelde Vestia dat zij mocht aannemen dat [H] de woning had prijsgegeven en dat de ontruiming noodzakelijk was vanwege de staat van de woning en overlast. Het hof oordeelde dat Vestia weliswaar de woning mocht betreden, maar verwijtbaar is dat zij de goederen volledig heeft verwijderd en prijsgegeven zonder overleg of opslag. De schade van [H] werd vastgesteld op €1.000, gelet op de geringe waarde van de inboedel en het ontbreken van een inventarislijst.
Het hof bekrachtigde het tussenvonnis van 18 januari 2006, vernietigde het eindvonnis van 8 november 2006 voor wat betreft de schadevergoeding, en veroordeelde Vestia tot betaling van €1.000 aan [H]. Verder werden de proceskosten in het principaal appel gecompenseerd en Vestia veroordeeld in de kosten van het incidenteel appel.
Uitkomst: Vestia is veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding aan huurder [H] wegens onrechtmatige ontruiming en verwijdering van inboedel.