ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ0519
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- De Haan-Boerdijk
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging uithuisplaatsing residentiële instelling minderjarige
De minderjarige is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die een machtiging tot uithuisplaatsing in een residentiële instelling verlengde. De minderjarige verbleef feitelijk in een netwerkpleeggezin waar hij zich positief ontwikkelde. De kinderrechter had de verlenging mede gebaseerd op een onderzoek door Altrecht, bedoeld voor het onderzoeken van de geestelijke gesteldheid van de minderjarige, en niet voor de geschiktheid van het netwerkpleeggezin.
De minderjarige stelde dat hem niets was meegedeeld over zorgen omtrent het netwerkpleeggezin en dat het onderzoek niet voor dat doel was bedoeld. Het hof oordeelde dat het belang van het beoogde onderzoek niet opwoog tegen het belang van continuering van het verblijf bij het netwerkpleeggezin. De beoogde residentiële plaatsing zou afbreuk doen aan de positieve resultaten die de minderjarige had bereikt.
Jeugdzorg voerde aan dat de ontwikkeling van de minderjarige stagneerde door loyaliteitsconflicten en dat een neutrale plaatsing noodzakelijk was. Het hof vond deze benadering te rigide en niet aannemelijk dat het doel met de residentiële plaatsing zou worden bereikt. De machtiging tot residentiële plaatsing werd daarom vernietigd en de plaatsing in het netwerkpleeggezin verlengd tot 7 mei 2009.
Het hof benadrukte het belang van een zorgvuldige afweging tussen het belang van het onderzoek en de belangen van de minderjarige bij behoud van zijn positieve ontwikkeling en resultaten. De minderjarige werd ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, ondanks verweren van Jeugdzorg en de ouders.
Uitkomst: Het hof vernietigt de machtiging tot residentiële uithuisplaatsing en verlengt de plaatsing in het netwerkpleeggezin tot 7 mei 2009.