ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ2421
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarden en aanslagen OZB gemeente Schiedam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB) voor drie woningen in Schiedam, vastgesteld per 1 januari 2003. De Inspecteur had de waarden van de woningen aan de [a-straat 1] en [a-straat 2] gehandhaafd, maar de waarde van de woning aan de [b-straat 1] op € 76.000 vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de waarde van de woning aan de [b-straat 1] te hoog was vastgesteld, omdat deze woning lange tijd leegstond na schade veroorzaakt door een verslaafde bewoner en herstelkosten van bijna € 24.000 had. De Inspecteur hield vast aan zijn waardering, die volgens hem gold voor de staat op 1 januari 2005.
Het Hof oordeelde dat de waarde volgens de Wet WOZ moet worden bepaald op de staat van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2003. Omdat geen van partijen de waarde aannemelijk had gemaakt, stelde het Hof de waarde van de woning aan de [b-straat 1] in goede justitie vast op € 60.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd de gemeente Schiedam aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning aan de [b-straat 1] wordt vastgesteld op € 60.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.