ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ2888
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij aansprakelijkstelling loonbelasting
Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld voor een niet-betaalde naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over 2001. De beschikking tot aansprakelijkstelling werd op 29 april 2004 gedateerd en persoonlijk ontvangen op 28 april 2004. De bezwaarperiode begon op 30 april 2004 en eindigde op 10 juni 2004. Belanghebbende diende het bezwaarschrift pas op 30 oktober 2006 in, ruim na het verstrijken van de termijn.
De ontvanger verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij feitelijk niet betrokken was bij het bestuur en onder invloed stond van een ander, en dat er telefonisch contact was geweest met de ontvanger. Ook stelde hij dat een brief van de ontvanger in 2007 vertrouwen gaf dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
Het hof oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. De persoonlijke ontvangst van de beschikking met rechtsmiddelverwijzing maakte dat belanghebbende op de hoogte had kunnen zijn van de bezwaarprocedure. Telefonisch contact en de brief na afloop van de termijn konden geen verschoonbaarheid rechtvaardigen. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Bezwaar tegen aansprakelijkstelling loonbelasting niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.