ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ3352

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
10 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.009.737.01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Leuven
  • Bouritius
  • Punselie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:378 BWArt. 1:381 lid 1 onder a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking ondercuratelestelling wegens wijziging grondslag naar verkwisting

In deze zaak is de curandus in eerste aanleg onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis. De curandus kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en voerde aan dat er geen bewijs was voor het bestaan van een geestelijke stoornis die de ondercuratelestelling rechtvaardigde.

Het hof overwoog dat de stukken met betrekking tot de geestelijke stoornis onvoldoende waren overgelegd en dat de verklaring van de gedragskundige geen aanwijzing gaf voor een dergelijke stoornis. Wel was erkend dat er sprake was van verkwisting, hetgeen een geldige grond voor ondercuratelestelling is.

Op basis hiervan vernietigde het hof de bestreden beschikking voor zover deze was gegrond op een geestelijke stoornis en bepaalde dat de ondercuratelestelling berust op de grond van verkwisting. De curator en de curandus waren aanwezig bij de mondelinge behandeling en onderschreven deze wijziging.

Uitkomst: De ondercuratelestelling is vernietigd voor zover deze was gebaseerd op een geestelijke stoornis en gewijzigd naar verkwisting als grondslag.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 10 juni 2009
Zaaknummer : 200.009.737.01
Rekestnummer rechtbank: 698718 EJ VERZ 07-82726
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de curandus,
advocaat mr. J. Choufoer – van der Wel, te ‘s- Gravenhage,
Als belanghebbende is aangemerkt:
Maria Elisabeth JANSSEN – VAN DEN OEVER,
wonende te Zoetermeer,
hierna te noemen: de curator.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De curandus is op 2 juli 2008 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 3 april 2008 van de rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Delft.
Van de zijde van de curandus zijn bij het hof op 17 oktober 2008 en op 21 april 2009 aanvullende stukken ingekomen.
Op 6 mei 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de curandus, bijgestaan door zijn advocaat, mr. J. Helmer, de curator en de dagelijkse begeleider van de curandus, mevrouw M. Megens. De aanwezigen hebben het
woord gevoerd.
HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking voor zover thans van belang. Bij die beschikking is, voor zover thans van belang, de curandus wegens een geestelijke stoornis onder curatele gesteld met benoeming van M.E. Janssen - van den Oever tot curator.
Het hof gaat uit van de door de kantonrechter vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de grond voor de ondercuratelestelling.
2. De curandus verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen, in zoverre dat de grond voor de curatele wordt gewijzigd in verkwisting.
3. De curandus stelt zich op het standpunt dat noch hij noch de toenmalige bewindvoerder ooit de intentie hebben gehad om de curatele te laten uitspreken op grond van een geestelijke stoornis. De curandus voert aan dat er geen stukken zijn ingebracht, die het bestaan van een geestelijke stoornis bevestigen. Dit zou vereist geweest zijn opdat de rechter zich ervan had kunnen vergewissen dat er werkelijk sprake was van een dusdanige geestelijke stoornis dat de curatele op grond van artikel 1:381 lid 1 onder Pro a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kon worden uitgesproken.
4. Het hof overweegt als volgt.
De grieven strekken allereerst tot het oordeel dat de kantonrechter ten onrechte in aanmerking heeft genomen dat het inleidend verzoek is gebaseerd op de stelling dat verzoeker wegens een geestelijke stoornis, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt de eigen belangen behoorlijk waar te nemen. Nu de stukken van de eerste aanleg, met name het blijkens de in zoverre niet bestreden beschikking op 4 maart 2008 ter griffie van de kantonrechter ingekomen inleidend verzoekschrift met bijlagen, niet (volledig) zijn overgelegd, is de gegrondheid van deze klacht onvoldoende onderbouwd, zodat de grieven in zoverre falen.
Dat neemt niet weg dat het oordeel van de kantonrechter dat deze grond voor ondercuratelestelling is vervuld in hoger beroep met vrucht wordt bestreden. Gesteld noch gebleken is immers dat de curandus wegens een geestelijke stoornis in de in artikel 1:378, eerste aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde toestand verkeert en de ook aan de kantonrechter voorgelegde verklaring van de gedragskundige A. van Castel bevat voor zodanig oordeel geen aanwijzing.
Gegeven de door de curandus erkende noodzaak tot omzetting van het bewind in ondercuratelestelling wegens verkwisting, welke noodzaak door de curator wordt onderschreven en waarvoor het hof in de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting bevestiging vindt, zal het hof de bestreden beschikking dan ook vernietigen, doch uitsluitend voor wat betreft de grond voor ondercuratelestelling.
5. Mitsdien beslist het hof als volgt.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking voor zover de ondercuratelestelling van [curandus] voornoemd is gegrond op een geestelijke stoornis:
bepaalt dat de bij de bestreden beschikking uitgesproken curatele berust op de grond: wegens verkwisting.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Bouritius en Punselie, bijgestaan door
mr. Blauwhoff als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2009.