ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ4996
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Kamminga
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugbetaling van alimentatie na afloop van twaalf jaar
In deze zaak stond de vraag centraal of de alimentatieplicht van de man jegens de vrouw verlengd kon worden na het verstrijken van de wettelijke termijn van twaalf jaar zoals bepaald in artikel 1:157 lid 4 BW Pro. De man stelde dat de alimentatieplicht na twaalf jaar definitief eindigt, tenzij bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen. De vrouw voerde aan dat zij vanwege ziekte en reorganisatie van haar werk niet in staat was om volledig te werken en verzocht om verlenging van de alimentatie.
Het hof overwoog dat de vrouw gedurende het huwelijk een parttime baan had en dat de kinderen al voor het einde van het huwelijk het huis hadden verlaten, waardoor zij geen zorgtaken meer had. De ziekteperiode van de vrouw werd niet als voldoende bijzondere omstandigheid aangemerkt om de alimentatie te verlengen. Ook had zij de mogelijkheid gehad om een fulltime baan te zoeken. Daarom werd de alimentatieplicht per 9 augustus 2007 beëindigd.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat de vrouw de alimentatie die zij na deze datum onverschuldigd ontving, moet terugbetalen aan de man. De vrouw had de betalingen op een aparte rekening gezet in afwachting van de uitspraak, wat het hof redelijk achtte. Het hof wees verder alle andere grieven van partijen af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De alimentatieplicht eindigt per 9 augustus 2007 en de vrouw moet onverschuldigd betaalde alimentatie terugbetalen.