ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5124
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Bouritius
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks verzoek tot uitwijktraject
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar minderjarige kind verlengde tot 27 oktober 2009. De moeder verzocht het hof de machtiging tot uithuisplaatsing te vernietigen en te bepalen dat Jeugdzorg een uitwijktraject met haar zou starten, gericht op terugplaatsing van het kind.
Jeugdzorg betoogde dat de moeder, ondanks haar goede bedoelingen, niet in staat is de minderjarige adequaat te verzorgen en op te voeden. De moeder heeft zelf een beschadigde jeugd en onvoldoende bagage om de zorg op zich te nemen. De minderjarige kampt met ernstige hechtingsproblematiek en is sinds januari 2006 uit huis geplaatst in een perspectiefbiedend pleeggezin.
Het hof overwoog dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De moeder schiet tekort in haar opvoedcapaciteiten en toont onvoldoende vermogen om de veiligheid en structuur te bieden die de minderjarige met zijn problematiek nodig heeft. Het voorgestelde uitwijktraject is niet passend omdat het kind al langdurig uit huis is geplaatst en de moeder onvoldoende vooruitgang heeft geboekt.
Het hof concludeerde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft en bekrachtigde de bestreden beschikking. De minderjarige ontwikkelt zich positief in het therapeutisch pleeggezin en het is niet in zijn belang om nu met het uitwijktraject te beginnen.
Uitkomst: De beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het verzoek tot uitwijktraject afgewezen.