ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5462
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Van de Poll
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot beëindiging curatele kleinzoon zwager
In deze zaak staat de vraag centraal of de verzoekers, waaronder de kleinzoon van de zwager van de onder curatele gestelde vrouw, ontvankelijk zijn in hun hoger beroep tegen de beschikking tot ondercuratelestelling en benoeming van een curator.
De kantonrechter had de vrouw onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en een curator benoemd. De verzoekers betoogden dat de curatele niet langer noodzakelijk was en dat de benoemde curator niet langer hun vertrouwen genoot. De curator voerde aan dat de kleinzoon van de zwager niet behoort tot de kring van belanghebbenden zoals bedoeld in de relevante wetsartikelen en dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:379 en Pro 1:389 BW en artikel 798 Rv Pro alleen bepaalde personen tot de kring van belanghebbenden behoren en dat de kleinzoon van de zwager daar niet toe behoort. Tevens trok de vrouw haar hoger beroep in, waardoor het hof alleen het verzoek van de kleinzoon van de zwager hoefde te beoordelen.
Het hof verklaarde de kleinzoon van de zwager niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de beschikking tot ondercuratelestelling en de benoeming van de curator. De zaak werd mondeling behandeld op 2 juli 2009 en het vonnis is op 22 juli 2009 geminuteerd.
Uitkomst: De kleinzoon van de zwager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot beëindiging van de curatele en de benoeming van de curator is bevestigd.