ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5691
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Labohm
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap op grond van getuigenbewijs
De moeder verzocht het gerechtshof om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar minderjarige kind. Hoewel DNA-onderzoek met zekerheid uitsluitsel zou kunnen geven, verleende de man daaraan geen medewerking. Het hof oordeelde dat het ontbreken van DNA-onderzoek niet tot afwijzing van het verzoek mocht leiden, omdat dit het belang van het kind zou schaden.
Tijdens het onderzoek werden vier getuigen gehoord, waaronder de moeder zelf en drie familieleden. Zij verklaarden dat de moeder en de man een relatie hadden, dat de man zichzelf als vader presenteerde, regelmatig contact had met het kind en zelfs spullen kocht voor het kind. De moeder verklaarde dat zij voor de geboorte alleen met de man had verkering gehad en dat een erkenning bij de ambtenaar van de burgerlijke stand niet doorging vanwege ontbrekende papieren.
De man en de bijzondere curator verschenen niet op de zittingen. Het hof concludeerde dat de moeder voldoende bewijs had geleverd dat de man de verwekker is van het kind. Het hof vernietigde daarom de eerdere beschikking voor zover het verzoek tot vaderschapsvaststelling was afgewezen en stelde het vaderschap vast.
Uitkomst: Het hof stelt vast dat de man de vader is van de minderjarige en vernietigt de eerdere afwijzing van het verzoek tot vaderschapsvaststelling.