ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ6357
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffingsrente bij definitieve aanslag ondanks voorlopige aanslag met te hoge teruggaaf
Belanghebbende diende zijn aangifte inkomstenbelasting 2004 in en kreeg een voorlopige aanslag waarbij abusievelijk werd uitgegaan van de gegevens uit 2003, wat leidde tot een te hoge teruggaaf en heffingsrente. De definitieve aanslag corrigeerde dit met een lager belastbaar inkomen en hogere heffingsrente. Belanghebbende stelde dat de definitieve aanslag nihil had moeten zijn en dat de heffingsrente niet teruggevorderd kon worden.
De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, waarna hij in hoger beroep ging. Het Hof oordeelde dat de wettelijke regeling voorschrijft dat teveel betaalde heffingsrente bij de voorlopige aanslag wordt teruggenomen bij de definitieve aanslag. Het beroep op schending van verdragsbepalingen, redelijkheid en billijkheid, en het vertrouwensbeginsel faalde. Ook het beroep op navordering werd verworpen.
Het Hof bevestigde dat de heffingsrente correct was berekend en dat het hoger beroep ongegrond was. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 mei 2009.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de heffingsrente bij de definitieve aanslag terecht is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.