ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ6471
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- L.F. Gerretsen-Visser
- S.A.J. van 't Hul
- Ch.L. van den Puttelaar
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van ontuchtige handelingen met minderjarige
De verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige, waarbij hij zijn tong in de mond, neus en/of tegen de lippen van het slachtoffer zou hebben geplaatst. In eerste aanleg werd hij deels veroordeeld, maar in hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken.
Het hof oordeelde dat hoewel de verdachte over de grenzen van het slachtoffer heen was gegaan, niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat hij de specifieke handelingen had verricht zoals ten laste gelegd. Dit werd mede veroorzaakt doordat de verklaringen van het slachtoffer, haar moeder, de verdachte en getuigen op essentiële punten niet overeenkwamen.
De advocaat-generaal had in hoger beroep een verlenging van de proeftijd gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen vanwege de vrijspraak. Daarnaast werd de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf afgewezen. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet behandeld in hoger beroep omdat zij zich niet opnieuw had gevoegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van de ten laste gelegde ontuchtige handelingen.