ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ7532
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- van Nievelt
- Husson
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en verdeling huwelijksgoederengemeenschap met toepasselijk recht en alimentatieverzoek
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam betreffende echtscheiding, verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en een alimentatieverzoek van de man. Partijen zijn gehuwd in 2001 in Pakistan en wonen sinds 2006 niet meer samen.
Het hof oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en bekrachtigt de echtscheiding. Ten aanzien van het toepasselijke recht op het huwelijksgoederenregime stelt het hof vast dat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt en dat het Haags Verdrag van toepassing is. Omdat partijen hun eerste gewone verblijfplaats niet in dezelfde staat vestigden en de vrouw alleen de Nederlandse nationaliteit had bij huwelijkssluiting, is Nederlands recht van toepassing.
De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt vernietigd en opnieuw bepaald dat partijen tot verdeling moeten overgaan onder Nederlands recht, met benoeming van een notaris indien partijen niet tot overeenstemming komen. Het verzoek van de man om een bijdrage in zijn levensonderhoud wordt afgewezen omdat hij onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.
De beschikking wordt verder bekrachtigd en het hof benoemt onzijdige personen om partijen te vertegenwoordigen indien zij niet meewerken aan de notariële verdeling. De zaak is mondeling behandeld waarbij partijen en hun advocaten zijn verschenen, en de man werd bijgestaan door een tolk.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding, bepaalt dat Nederlands recht van toepassing is op de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en wijst het alimentatieverzoek van de man af.