ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ7714
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van Leuven
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vervangende toestemming erkenning minderjarigen met DNA-onderzoek
In deze zaak verzoekt de man in hoger beroep om vervangende toestemming tot erkenning van twee minderjarigen, waarvan de moeder langdurig gedetineerd is in het buitenland. De rechtbank Rotterdam wees dit verzoek af. Het hof stelt vast dat het vaderschap niet onomstotelijk vaststaat vanwege gebrek aan informatie en onduidelijkheden over de samenwoning van de man met de moeder.
Het hof bepaalt dat DNA-onderzoek noodzakelijk is om het vaderschap vast te stellen. De man en de minderjarigen zijn verplicht hieraan mee te werken. De kosten van het onderzoek komen voorlopig voor rekening van de man, die een voorschot moet storten. Het hof houdt de zaak pro forma aan tot ontvangst van het DNA-rapport.
Indien uit het onderzoek blijkt dat de man de verwekker is, ziet het hof voorlopig geen reden om de vervangende toestemming te weigeren. De moeder en Jeugdzorg zijn niet verschenen bij de zitting, terwijl de bijzondere curator wel aanwezig was. Het hof zal op basis van het DNA-rapport en de verdere feiten een definitieve beslissing nemen.
Uitkomst: Het hof gelast DNA-onderzoek en houdt de zaak aan tot ontvangst van het rapport voor een definitieve beslissing over vervangende toestemming tot erkenning.