ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1294
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige kinderen wegens noodzakelijkheid onderzoek en opvoedingsproblemen
De zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen in een residentiële instelling van 15 februari 2009 tot 15 oktober 2009. De moeder betwistte de noodzaak van de verlenging en stelde dat Jeugdzorg onvoldoende had onderbouwd waarom de uithuisplaatsing moest worden voortgezet. Tevens verzocht zij om een snelle terugplaatsing van de kinderen na een opbouwende omgangsregeling.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 1:261 BW Pro een machtiging tot uithuisplaatsing slechts kan worden verlengd indien de wettelijke gronden daarvoor nog steeds aanwezig zijn. Uit de stukken en de zitting blijkt dat er nog steeds ernstige zorgen zijn over de kinderen, die kenmerken vertonen van hechtingsproblemen en/of een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Het is noodzakelijk dat het Jonge Kind Project van het RMPI wordt afgerond om te beoordelen of terugplaatsing verantwoord is.
Hoewel de moeder heeft verzocht de uithuisplaatsing te beëindigen, heeft zij geen adequate maatregelen getroffen voor begeleiding bij terugkeer. Jeugdzorg heeft inmiddels contact met het RMPI en het onderzoek kan spoedig starten. Ondanks de lange duur van het onderzoek acht het hof de verlenging van de machtiging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen.
Daarom bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en wijst het verdere verzoek van de moeder af.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen wordt bekrachtigd tot 15 oktober 2009.