ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1463
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lamers
- Milar
- Renckens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap vanwege wijziging nationaliteitswet
Verzoekster heeft bij de rechtbank en in hoger beroep verzocht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de heer Y. over het minderjarige kind Z., geboren uit hun affectieve relatie. Het oudste kind is vóór geboorte erkend en bezit derhalve de Nederlandse nationaliteit van rechtswege. Het jongste kind Z. is na de geboorte erkend, waardoor het niet automatisch de Nederlandse nationaliteit verkreeg.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen en het hof heeft deze beslissing bekrachtigd. Het hof overweegt dat het verzoek primair is gericht op het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit voor Z. en dat dit belang niet wordt beschermd door artikel 1:207 lid 2 onder Pro a BW. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen.
Daarnaast is op 1 maart 2009 een wetswijziging in werking getreden die het eenvoudiger maakt om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen, ook na postnatale erkenning. Het emotionele belang dat Z. dezelfde nationaliteit heeft als het oudste kind wordt door het hof niet als zwaarwegend genoeg beschouwd om af te wijken van de wettelijke regeling.
Het hof bekrachtigt daarom de afwijzing van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.