ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1474
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toepasselijkheid verplichtstellingsbeschikking pensioenfonds op productie- en handelsbedrijf
PBH, een producent en groothandel in bedden en aanverwante artikelen, werd door het Bedrijfstakpensioenfonds (Bpf) aangesproken op basis van een verplichtstellingsbeschikking die werkgevers verplicht zich aan te sluiten bij het pensioenfonds indien zij hoofdzakelijk productieactiviteiten verrichten. Bpf stelde dat PBH in 2003 en 2004 onder deze verplichting viel en stuurde premienota's, die niet werden betaald, waarna een dwangbevel werd uitgevaardigd.
PBH kwam in verzet tegen het dwangbevel en stelde dat haar bedrijfsactiviteiten zich in de loop der jaren hadden ontwikkeld richting groothandel, waardoor het aandeel productiemedewerkers onder de 50% was gedaald. Het hof onderzocht personeelslijsten en concludeerde dat tot november 2003 meer dan 50% van de medewerkers productie verrichtte, maar daarna niet meer. Dit betekent dat de verplichtstellingsbeschikking niet van toepassing was voor de gehele periode.
Het hof vernietigde daarom het dwangbevel en het vonnis van de kantonrechter dat dit dwangbevel had bekrachtigd. Het hof gelastte een comparitie om te bezien of partijen in onderling overleg tot een oplossing kunnen komen en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof vernietigt het dwangbevel omdat PBH niet meer dan 50% productiemedewerkers had in de relevante periode.