ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1478
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R. Noordam
- G. Oosterhof
- E.P.J. Myjer
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsmacht voor vervolging van beklaagde wegens foltering na vertrek uit Nederland
Klager deed aangifte tegen beklaagde wegens foltering gepleegd tussen december 1999 en februari 2000 in Israël. Beklaagde verbleef kort in Nederland in mei 2008, waarna het openbaar ministerie geen strafrechtelijk onderzoek instelde. Het hof beoordeelt of Nederland rechtsmacht heeft om beklaagde te vervolgen.
Het hof stelt vast dat er geen nader onderzoek is verricht naar beklaagde’s rol, hij niet is aangehouden of verhoord, en inmiddels niet meer in Nederland verblijft. De rechtsmacht kan volgens het folteringverdrag en de Nederlandse wetgeving alleen worden uitgeoefend indien de verdachte zich in Nederland bevindt, bij voorkeur ten tijde van aanhouding.
Het hof concludeert dat Nederland thans geen rechtsmacht bezit, mede omdat geen aanwijzingen zijn dat beklaagde in de toekomst weer in Nederland zal verblijven. Ook acht het hof een vervolging in Nederland niet opportunistisch, omdat nader onderzoek in Israël niet waarschijnlijk is. Het beklag tegen het niet instellen van strafrechtelijk onderzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het beklag tegen het niet instellen van strafrechtelijk onderzoek wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtsmacht.