ECLI:NL:GHSGR:2009:BK1600
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van den Wildenberg
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Erkenning van minderjarige afgewezen wegens belangenverstoorde moeder-kindrelatie
De man verzocht het hof om vervangende toestemming tot erkenning van zijn minderjarige kind en wijziging van de geslachtsnaam. De rechtbank had deze verzoeken afgewezen. De moeder en de bijzondere curator stelden dat erkenning niet in het belang van het kind is vanwege de verstoring van de moeder-kindrelatie en de emotionele ontwikkeling van het kind.
Het hof overwoog dat hoewel de man de biologische vader is en in beginsel recht heeft op erkenning, de belangen van het kind en de moeder bij een ongestoorde verhouding zwaarder wegen. De moeder heeft aannemelijk gemaakt dat de erkenning de sociaal-psychologische en emotionele ontwikkeling van het kind schaadt en dat de relatie tussen moeder en kind onder druk staat door het handelen van de man.
Het hof concludeerde dat erkenning de belangen van het kind en de moeder zou schaden en bevestigde de eerdere afwijzing van de verzoeken. Tevens werd het verzoek om vaststelling van een band gelijk aan een huwelijk afgewezen omdat daarvoor geen belang bestond. Het hoger beroep werd daarmee afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning en geslachtsnaamwijziging af en bekrachtigt de bestreden beschikking.