ECLI:NL:GHSGR:2009:BK2068
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- D.J.C. van den Broek
- M. Mees
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs assimilatiebelichting in glastuinbouw
In deze zaak stond de vennootschap onder firma (V.O.F.) terecht voor het niet naleven van voorschriften uit het Besluit Glastuinbouw betreffende assimilatiebelichting in een glastuinbouwbedrijf. De tenlastelegging betrof twee momenten waarop werd gesteld dat assimilatiebelichting werd toegepast zonder de vereiste afscherming, wat zou hebben geleid tot overtreding van voorschriften over lichtuitstraling.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot een geldboete, maar het hof kwam tot een ander oordeel. Het hof achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat op de betreffende data assimilatiebelichting werd toegepast. Controleurs hadden weliswaar lichtuitstraling waargenomen, maar er was niet gemeten of het vermogen van de belichting de limiet van 20 W/m2 overschreed, noch of de afscherming voldeed aan de vereisten.
De controleurs hadden pas na vijf en zes dagen een inventarisatie gemaakt waaruit bleek dat het vermogen van de belichting hoger was dan de limiet, maar dit betrof niet de momenten van de tenlastelegging. De verdediging stelde dat het aantal brandende lampen op de genoemde data beduidend lager was dan bij de inventarisatie, wat het Openbaar Ministerie onvoldoende had weerlegd.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de tenlasteleggingen. Dit arrest benadrukt het belang van nauwkeurig bewijs bij overtredingen van technische voorschriften in de glastuinbouw.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat assimilatiebelichting werd toegepast in strijd met voorschriften.