ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3510
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Mos-Verstraten
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gesloten plaatsing minderjarige wegens niet voldoen aan EVRM-vereisten
In deze zaak stond de verlenging van een machtiging tot gesloten plaatsing van een minderjarige centraal. De minderjarige betoogde dat de kinderrechter ten onrechte had geoordeeld dat het verzoek tot verlenging niet niet-ontvankelijk was en stelde dat de gesloten plaatsing onrechtmatig was omdat niet voldaan werd aan de strikte zorgvuldigheidseisen van artikel 5 lid 1 EVRM Pro en artikel 37 IVRK Pro. Daarnaast werd aangevoerd dat de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper onvoldoende was onderbouwd.
Het hof overwoog dat de maatregel van gesloten plaatsing een ernstige vrijheidsbeneming betreft en dat de verwachting dat de minderjarige gebaat zou zijn bij een rustige leefomgeving geen toereikende grond vormt voor verlenging. Tevens bleek dat de noodzakelijke intensieve individuele therapie nog niet was gestart en dat Jeugdzorg onvoldoende had aangetoond dat de specifieke hulpvragen van de minderjarige adequaat werden gedefinieerd en behandeld.
Hoewel de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing in het algemeen werden bekrachtigd, vernietigde het hof de machtiging tot gesloten plaatsing met ingang van 7 november 2009. Het hof nam daarbij ook de positieve ontwikkelingen mee, zoals de motivatie van de minderjarige en de opvoedcursus van de moeder, maar vond deze onvoldoende om de gesloten plaatsing te rechtvaardigen. Het verzoek van de minderjarige tot onmiddellijke vrijlating werd afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten plaatsing wordt vernietigd met ingang van 7 november 2009, overige beslissingen worden bekrachtigd.