ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3562

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
17 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
105.000.564-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis wegens niet leveren bewijs bankgarantie in huurgeschil

In deze civiele zaak heeft appellant betoogd dat hij een bankgarantie heeft afgegeven ter betaling van huur aan geïntimeerde, en dat deze bankgarantie ten onrechte voor een andere vordering is aangewend. Het hof heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om bewijs te leveren, waaronder het overleggen van bankstukken.

Appellant heeft echter geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheden om bewijs te leveren en zijn procesvertegenwoordiger heeft zich tijdens de zitting van 18 augustus 2009 onttrokken aan verdere behandeling van de zaak. Hierdoor heeft het hof geconcludeerd dat appellant niet in staat is het gevraagde bewijs te leveren.

Op grond hiervan is de grief van appellant ongegrond verklaard en is het bestreden vonnis bekrachtigd. Tevens is appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 769 aan de zijde van geïntimeerde.

Het arrest is uitgesproken op 17 november 2009 door het gerechtshof 's-Gravenhage, sector handel, in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten omdat hij geen bewijs leverde.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector handel
Uitspraak: 17 november 2009
Zaaknummer: 105.000.564/01 (02/550)
Zaaknummer rechtbank: 189480 (00/4728)
Arrest van de eerste civiele kamer
gewezen in de zaak van:
[Naam],
handelend onder de naam […],
wonende te Oegstgeest,
appellant,
hierna: [appellant],
advocaat: (voorheen) mr. H.J.A. Knijff te ’s-Gravenhage,
tegen:
[Naam],
gevestigd te Katwijk,
geïntimeerde,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. G.R. van der Plas te Katwijk.
Het geding
Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot nog toe naar zijn tussenarrest van 27 maart 2003 (het eerste tussenarrest) en van 21 oktober 2004 (het tweede tussenarrest). In het tweede tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld nog een akte te nemen voor het leveren van bewijs. [appellant] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Ter zitting van 18 augustus 2009 heeft de procesvertegenwoordiger van [appellant] zich aan een verdere behandeling van de zaak onttrokken. Hierna heeft [geïntimeerde] haar procesdossier aan het hof overgelegd en arrest gevraagd.
Verdere beoordeling van het hoger beroep
1. In het eerste tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld zich bij akte erover uit te laten of hij in staat is zijn stelling te bewijzen dat hij aan de Gebroeders […] en […] of aan [geïntimeerde] een bankgarantie heeft afgegeven, bestemd voor de betaling van de door hem aan [geïntimeerde] vanaf 1 augustus 1995 verschuldigde huur en voorts dat Gebroeders […] en […] of [geïntimeerde] deze bankgarantie ten onrechte voor de betaling van een andere vordering op hem heeft aangewend.
2. [appellant] heeft hierna uitstel voor het leveren van bewijs van zijn stellingen gevraagd omdat hij de door hem bij de bank opgevraagde stukken met betrekking tot de betrokken bankgarantie nog niet had ontvangen
3. In het tweede tussenarrest heeft het hof overwogen dat [appellant] ten tijde van dit tussenarrest ruimschoots in de gelegenheid is geweest het van hem verlangde bewijs te vergaren en is hij in de gelegenheid gesteld dit bewijs alsnog bij akte in het geding te brengen.
4. [appellant] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Zijn procesvertegenwoordiger heeft zich uiteindelijk, ter zitting van 18 augustus 2009, aan een verdere behandeling van de zaak onttrokken. Onder deze omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat [appellant] niet in staat is het van hem verlangde bewijs te leveren. Hieruit vloeit voort dat de grief van [appellant] ongegrond is en dat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd.
5. [appellant] zal in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld nu hij in deze procedure in het ongelijk wordt gesteld.
Beslissing
Het gerechtshof:
- bekrachtigt het bestreden vonnis;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 769.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.L. Vierhout, J.W. van Knobelsdorff en P.J.J. Vonk, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2009 in het bijzijn van de griffier.