ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3778
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Leuven
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling minderjarige in belang van stabiliteit
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen. Ten aanzien van de oudste minderjarige is zij niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen gezag meer heeft sinds een eerdere ontheffing. Voor de jongste minderjarige wordt de beslissing tot uithuisplaatsing bekrachtigd.
De moeder voerde aan dat de hulpverlening ten onrechte werd stopgezet en dat zij zelf weer de opvoeding kan verzorgen, mede omdat terugkeer naar beide ouders niet meer mogelijk is vanwege een lopende echtscheidingsprocedure. De WSG betwistte deze stellingen en stelde dat de moeder niet in staat is een stabiel opvoedingsklimaat te bieden.
Het hof concludeerde dat de belangen van de jongste minderjarige het best worden gediend door de huidige situatie te handhaven, waarbij het kind in een pleeggezin bij de grootouders van vaderszijde woont en zich goed ontwikkelt. De moeder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugplaatsing verantwoord is, mede vanwege de onzekere situatie door de echtscheidingsprocedure en eerdere ervaringen met hulpverlening.
Daarom is de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep voor de oudste minderjarige en is de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de jongste bekrachtigd.
Uitkomst: De uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling van de jongste minderjarige worden bekrachtigd en de moeder is niet-ontvankelijk verklaard voor het beroep betreffende de oudste minderjarige.