ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3903
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Van de Poll
- Engel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep verdeling huwelijksgoederengemeenschap na afstand vrouw
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen centraal. De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam, waarin onder meer de toewijzing van een auto aan de vrouw en de schulden aan de man zijn bepaald. De vrouw betwist het hoger beroep van de man en verzoekt primair zijn niet-ontvankelijkheid, subsidiair afwijzing van zijn verzoek tot verdeling bij helfte op grond van haar afstand van de gemeenschap.
De vrouw heeft op 26 mei 2009 afstand gedaan van de huwelijksgoederengemeenschap conform artikel 1:103 BW Pro, waardoor de man de gehele gemeenschap verkreeg. Het hof oordeelt dat het appelschrift van de man niet voldoet aan de wettelijke eisen omdat het geen gronden bevat en dat hij niet alsnog gronden heeft aangevoerd. Daarom wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn principaal appel.
In het incidenteel appel van de vrouw wordt haar verzoek toegewezen om haar bed met beddengoed en persoonlijke kleding toe te kennen, conform artikel 1:103 lid 3 BW Pro. De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot veroordeling van de advocaat van de man in proceskosten. De man wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vanwege het nodeloos instellen van het beroep en het ontbreken van inhoudelijke gronden.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken door de rechters Stille, Van de Poll en Engel op 4 november 2009.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep; de vrouw krijgt haar bed en persoonlijke kleding toegewezen; de man wordt veroordeeld in de proceskosten.