ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4619
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van Nievelt
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ondertoezichtstelling minderjarige wegens voldoende vrijwillige hulpverlening
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht het hof om een eerder door de rechtbank afgewezen ondertoezichtstelling van een minderjarige te herzien. De minderjarige, die bij de moeder verblijft, zou ernstig worden bedreigd in zijn ontwikkeling vanwege schoolverzuim, depressieve perioden en een contactstoornis. De ouders verschillen van mening over de noodzaak van ondertoezichtstelling; de moeder stelt dat de situatie sterk is verbeterd en dat zij zelf de noodzakelijke hulpverlening regelt, terwijl de vader de noodzaak ondersteunt.
Tijdens de mondelinge behandeling kwam naar voren dat het ACT-team, ingeschakeld door de moeder, positieve resultaten boekt in de begeleiding van de minderjarige. Deze begeleiding richt zich op structuur, zelfvertrouwen en het verbeteren van de omgang met de ouders. Het hof concludeerde dat de belangen en gezondheid van de minderjarige thans niet zodanig worden bedreigd dat een ondertoezichtstelling gerechtvaardigd is.
Het hof benadrukte dat de vrijwillige hulpverlening effectief is en dat het ACT-team de mogelijkheid heeft om in te grijpen indien nodig, ook tot het 24ste levensjaar van de minderjarige. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het hoger beroep van de Raad afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot ondertoezichtstelling omdat de vrijwillige hulpverlening voldoende is.