ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4655
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.S. van Coevorden
- M.H. van der Ven
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever en bezitter bij arbeidsongeval in laadkuil met verzakte stelconplaten
Op 3 oktober 2000 liep [appellant], werknemer van Zeelandia, een enkelverstuiking op tijdens werkzaamheden bij Hellema in de laadkuil. Hij stelde dat een verzakking van 8 cm tussen stelconplaten, opgevuld met klinkers, de oorzaak was van zijn val en het letsel. Zeelandia en Hellema werden aansprakelijk gesteld.
De rechtbank wees de vorderingen af, waarna [appellant] in hoger beroep ging. Het hof bevestigde dat Zeelandia haar zorgplicht niet had geschonden, omdat zij geen zeggenschap had over de laadkuil en geen concrete aanwijzingen kende van gevaarlijke verzakkingen. Ook het ontbreken van veiligheidsinstructies en het niet inschakelen van de arbeidsinspectie werden niet als schending van de zorgplicht aangemerkt.
Ten aanzien van Hellema oordeelde het hof dat indien de verzakking van 8 cm en het ongeval bewezen worden, Hellema aansprakelijk zou zijn op grond van artikel 6:174 BW Pro. Omdat Hellema de feiten betwistte, werd een comparitie gelast om bewijslevering en eventuele schikking te bespreken. Het hof hield verdere beslissingen aan totdat deze procedure is afgerond.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tegen Zeelandia af maar gelast een comparitie voor bewijslevering tegen Hellema wegens gebrekkige opstal.