ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4664
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Koens
- Van Dijkhuizen
- Van der Flier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgangsregeling en bevoegdheid kinderrechter bij pleegouders thuis
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen de ouders en hun minderjarige zoon, die in een pleeggezin is geplaatst, centraal. De stichting Bureau Jeugdzorg Zeeland en de pleegouders hebben hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank die bepaalde dat het eerstvolgende contact tussen ouders en kind onder toezicht van een hulpverlener (niet de gezinsvoogd) en pleegouders zou plaatsvinden, met mogelijke latere omgang bij de pleegouders thuis.
Het hof oordeelt dat de stichting en pleegouders geen belang meer hebben bij hun principaal appel, omdat zij inmiddels geen instemming geven voor omgang bij hen thuis. De kinderrechter heeft de omgang bij de pleegouders thuis vastgesteld na instemming ter zitting in eerste aanleg, maar deze instemming ontbreekt nu. Het hof erkent dat een gedwongen omgangsregeling bij pleegouders thuis een inbreuk op hun gezinsleven kan vormen, beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De ouders hebben incidenteel appel ingesteld en verzoeken om een omgangsregeling van één dagdeel per drie weken, onbegeleid en bij hen thuis of op neutraal terrein. Het hof stelt vast dat de begeleide omgangscontacten momenteel goed verlopen en wijst het verzoek tot onbegeleide omgang bij de ouders thuis af wegens recente spanningen en onduidelijkheid over de reactie van het kind.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de huidige begeleide omgangsregeling gehandhaafd blijft, met uitbreiding naar éénmaal per drie weken vanaf 1 december 2009. De kinderrechter heeft de bevoegdheid om omgangsregelingen vast te stellen die in het belang van het kind zijn, inclusief voorwaarden zoals de afwezigheid van de gezinsvoogd bij het contact.
Uitkomst: Het hof verklaart het principaal appel niet-ontvankelijk en handhaaft met uitbreiding de begeleide omgangsregeling tussen ouders en kind.