ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4746
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Labohm
- Dusamos
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaringstermijn schadevordering na huwelijksvoorwaarden en echtscheiding
In deze zaak vordert de appellant schadevergoeding wegens tekortschieten en onrechtmatig handelen door de geïntimeerde bij het opstellen van een akte in september 1981. De appellant stelt dat de verjaringstermijn pas bij de echtscheiding in 2003 is begonnen, omdat toen pas de schade ontstond of zich openbaarde.
Het hof oordeelt dat voor de twintigjarige verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW Pro het tijdstip van de schadeveroorzakende gebeurtenis bepalend is, in dit geval het passeren van de akte in 1981. De echtscheiding is slechts een vervullende voorwaarde en niet het begin van de verjaringstermijn. De twintigjarige termijn geldt ook als de schade pas later ontstaat of zich openbaart.
De appellant verzoekt daarnaast om verlenging van de verjaringstermijn op grond van artikel 6:2 lid 2 BW Pro, omdat hij pas bij de echtscheiding bekend werd met de schade. Het hof stelt dat verlenging slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is, bijvoorbeeld als de schade verborgen was en pas na het verstrijken van de termijn kon worden ontdekt. Dit is hier niet aan de orde, aangezien de mogelijkheid van schade bij echtscheiding al in 1981 voorzienbaar was.
Daarom faalt ook het beroep op verlenging. De overige grieven behoeven geen behandeling. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering af wegens verjaring.