ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5214
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Bouritius
- Van de Poll
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging ondertoezichtstelling wegens ontbreken noodzakelijkheid
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige zoon voor de periode van 29 januari 2009 tot 29 januari 2010. De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag, maar de minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder. De moeder betwistte dat de gronden voor verlenging nog aanwezig zijn en stelde dat zij een stabiele en liefdevolle leefomgeving biedt, mede doordat zij vrijwillig hulpverlening heeft ingeschakeld en haar verleden heeft verwerkt.
Jeugdzorg en de raad voor de kinderbescherming voerden aan dat er nog steeds zorgen zijn over het geestelijk welzijn van de moeder, vermoedens van huiselijk geweld en de omgang tussen vader en kind. Zij stelden dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om de belangen van de minderjarige te waarborgen. Het hof constateerde echter dat de moeder zich bewust is van haar opvoedverantwoordelijkheden, dat de vermoedens van huiselijk geweld onvoldoende zijn onderbouwd en dat de doelen van de ondertoezichtstelling vooral gericht zijn op het leren kennen van de vader.
Gezien een lopende civiele procedure omtrent de omgang en het feit dat de moeder vrijwillig hulpverlening blijft accepteren, oordeelde het hof dat de verlenging van de ondertoezichtstelling niet noodzakelijk is. Daarnaast werd het bezwaar van de moeder tegen het ontbreken van hoor en wederhoor in eerste aanleg verworpen omdat de procedure in hoger beroep dit waarborgt. Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en beëindigde de ondertoezichtstelling per direct.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling is vernietigd en de ondertoezichtstelling eindigt per direct.