ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5279
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G. Oosterhof
- G.P.A. Aler
- H.M.A. de Groot
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven
In deze strafzaak was verdachte in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter in Rotterdam. Tijdens de zitting op 16 november 2009 verscheen verdachte niet. De advocaat-generaal verzocht het hof om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.
Het hof constateerde dat verdachte niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep schriftelijk grieven tegen het vonnis had ingediend, noch mondeling bezwaren had geuit tijdens de zitting. Hierdoor ontbraken de vereiste gronden voor behandeling van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, besloot het hof ambtshalve dat er geen reden was om de zaak inhoudelijk te behandelen. Daarom werd verdachte bij verstek niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en afwezigheid bij de zitting.