ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5282

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
30 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-002795-09
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoger beroep inbraak met braak en diefstal uit kantoor

De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien weken, met aftrek van voorarrest, wegens inbraak en diefstal uit een kantoor behorend bij een appartementencomplex te Rotterdam. De tenlastelegging betrof het wederrechtelijk toe-eigenen van geld en/of enig goed door middel van braak, waaronder het ingooien van een ruit en het betreden van het kantoor.

Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof heeft de zaak op 16 november 2009 inhoudelijk onderzocht en kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die bevestiging van het vonnis verlangde, alsmede van de verdediging van de verdachte.

Het hof oordeelde dat de verklaring van de verdachte, zoals afgelegd in eerste aanleg, niet bijdraagt aan de bewijsvoering en daarom buiten beschouwing moet blijven. Verder voegde het hof artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toe aan de toepasselijke wetsartikelen omdat de verdachte na het bewezen verklaarde feit opnieuw tot straf is veroordeeld.

Uiteindelijk bevestigde het hof het vonnis van de politierechter met de genoemde aanvulling en verbetering van gronden, waardoor de gevangenisstraf van tien weken gehandhaafd blijft.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf wegens inbraak en diefstal, bevestigd door het hof.

Uitspraak

rolnummer 22-002795-09
parketnummer 10-691078-09
datum uitspraak 30 november 2009
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van
20 mei 2009 in de strafzaak tegen de verdachte:
(verdachte),
geboren te (plaats) (Iran) op (dag) 1990,
[adres]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 16 november 2009.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis waarvan beroep.
Voorts heeft het hof kennisgenomen van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1:
hij op of omstreeks (dag) 2009 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een/het kantoor (van de huismeester), behorend bij appartementencomplex (naam) heeft weggenomen geld (honderd euro of daaromtrent), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Vereniging van Eigenaren van (naam), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door:
- met een of meer (stukken van) (straat)tegel(s) een ruit van voornoemd kantoor in te gooien en/of
- (vervolgens) door de aldus ontstane opening dat kantoor naar binnen te klimmen/gaan, althans te betreden.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te melden aanvulling respectievelijk verbetering aanbrengt.
Aangezien de verdachte ná de datum waarop het door de eerste rechter bewezenverklaarde feit is gepleegd opnieuw tot straf is veroordeeld, zal het hof de in het vonnis waarvan beroep aangehaalde wetsartikelen aanvullen met artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen merkt het hof het volgende op.
Naar ’s hofs oordeel draagt de door de politierechter voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg niet bij aan de bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit; die verklaring dient dan ook buiten beschouwing te blijven voor de bewijsvoering. Hetzelfde geldt voor hetgeen omtrent die verklaring in de toelichting op de bewezenverklaring is opgenomen in het vonnis.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve met voormelde aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt met aanvulling en verbetering van gronden als voormeld het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. G. Oosterhof,
mr. G.P.A. Aler en mr. H.M.A. de Groot, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 november 2009.