ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5934

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
23 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.029.850-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mos-Verstraten
  • Van Dijk
  • Linsen-Penning de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 798 RvArt. 806 RvArt. 8 EVRMArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Grootmoeder niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens ontbreken family-life met minderjarige

De grootmoeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter betreffende de ondertoezichtstelling en plaatsing van haar kleinkind in een pleeggezin. In eerste aanleg was zij niet als belanghebbende aangemerkt.

Het hof oordeelde dat de grootmoeder niet als belanghebbende kan worden beschouwd op grond van artikel 798 Rv Pro, omdat er geen duurzame family-life band bestaat tussen haar en het kind. Na de geboorte verbleef het kind kort bij haar, maar de relatie raakte ernstig verstoord en er was jarenlang geen contact. Pas recent is er sprake van een beginnend herstel.

Gezien het ontbreken van een beschermenswaardige relatie in de zin van artikel 8 EVRM Pro, werd de grootmoeder niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. De zaak werd behandeld op 2 september 2009, waarbij uitsluitend de ontvankelijkheid aan de orde was.

Uitkomst: De grootmoeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens het ontbreken van een family-life relatie met het kind.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 23 september 2009
Zaaknummer : 200.029.850/01
Rekestnr. rechtbank : J1 RK 08-1868
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
zijnde: de grootmoeder (moederszijde),
hierna te noemen: de grootmoeder,
advocaat mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard,
tegen
Stichting Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: Jeugdzorg,
advocaat mr. A.C. van Seventer te Rotterdam.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
1. [belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard,
2. [belanghebbende 2],
thans verblijvende te [woonplaats],
hierna te noemen: de vader.
Als informant is aangemerkt:
[informant],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de oom.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van Pro het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering is in de zaak gekend:
de raad voor de kinderbescherming,
vestiging Rotterdam,
hierna te noemen: de raad.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De grootmoeder is op 2 april 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 24 februari 2009 van de kinderrechter in de rechtbank Rotterdam.
Jeugdzorg heeft op 1 juli 2009 een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van de grootmoeder zijn bij het hof op 25 mei 2009 aanvullende stukken ingekomen.
De raad heeft het hof bij brief van 28 mei 2009 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.
Op 2 september 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de grootmoeder, bijgestaan door haar advocaat, en namens Jeugdzorg: mevrouw W. Lamers en mevrouw D.A.J. Clarijs, gezinsvoogd, bijgestaan door hun advocaat. Voorts zijn verschenen de moeder, bijgestaan door haar advocaat, de vader en de oom. Omdat ter zitting uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde is gesteld en het hof niet aan een inhoudelijke mondelinge behandeling van de zaak is toegekomen, hebben uitsluitend de raadslieden van partijen het woord gevoerd.
HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is de ondertoezichtstelling van de minderjarige:
[naam kind], hierna: [kind], geboren [in 2003] te [geboorteplaats],
verlengd tot 26 januari 2010, en is met ingang van 26 januari 2009 machtiging verleend tot plaatsing van de minderjarige in een pleeggezin tot 26 januari 2010. Voorts is de bestreden beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
1. Jeugdzorg stelt in haar verweerschrift dat de grootmoeder niet ontvankelijk is in haar beroep. Volgens Jeugdzorg behoort zij niet tot de personen die op grond van artikel 806 Rv Pro. hoger beroep in kunnen stellen tegen een familierechtelijke beschikking. De grootmoeder kan eveneens niet als belanghebbende in de zin van artikel 798 Rv Pro. worden aangemerkt, nu er geen sprake is geweest van familylife als bedoeld in artikel 8 EVRM Pro tussen [kind] en de grootmoeder.
2. Door de advocaat van de grootmoeder is ter terechtzitting verklaard dat de grootmoeder in de onderhavige zaak belanghebbende is in de zin van artikel 798 Rv Pro. Zij voert daartoe onder meer aan dat de grootmoeder voor [kind] vanaf zijn geboorte maandenlang heeft gezorgd, dat [kind] sedert enige tijd weer regelmatig bij de grootmoeder thuis komt en dat de rechter in eerste aanleg de grootmoeder in de gelegenheid heeft gesteld bij de terechtzitting aanwezig te zijn.
3. Het hof overweegt als volgt. Uit het proces-verbaal van de desbetreffende zitting volgt niet dat de grootmoeder in eerste aanleg als belanghebbende is aangemerkt. Immers, zij wordt daarin niet bij de verschenen personen vermeld. Dat zij door de rechter uiteindelijk wel tot de terechtzitting is toegelaten om haar mening kenbaar te maken, doet daaraan niet af.
Ook overigens is niet gebleken dat de grootmoeder in de onderhavige zaak op grond van artikel 798 Rv Pro. is aan te merken als belanghebbende.
Hetgeen aan feiten en omstandigheden in de stukken en ter terechtzitting naar voren is gebracht, leidt niet tot de conclusie dat er sprake is van een als familylife aan te merken band tussen de grootmoeder en [kind] op grond waarvan de grootmoeder zich op bescherming ingevolge artikel 8 EVRM Pro kan beroepen. Immers, kort na zijn geboorte is de moeder met [kind] bij de grootmoeder verbleven, doch kort daarop is die relatie ernstig verstoord geraakt en is de grootmoeder jarenlang niet in beeld geweest, noch heeft zij contact met [kind] gehad. Eerst zeer recent is er een begin van herstel gaande in de relatie tussen de moeder en de grootmoeder en vindt de omgangsregeling tussen [kind] en de moeder bij de grootmoeder plaats.
Gelet op het vorenstaande dient de grootmoeder niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar hoger beroep.
4. Mitsdien wordt als volgt beslist.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
Verklaart de grootmoeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Mos-Verstraten, Van Dijk en Linsen-Penning de Vries, bijgestaan door mr. De Witte-Renkema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2009.