ECLI:NL:GHSGR:2009:BK7278
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- J.W. van Rijkom
- M.H. van Coeverden
- S.W. Kuip
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overdraagbaarheid concurrentiebeding na faillissement en activaverkoop
Appellanten verkochten hun taxibedrijf met een concurrentiebeding aan een BV en traden in dienst bij die BV. Na faillissement van de BV verkocht de curator de activa en rechten uit het concurrentiebeding aan RTA. Appellanten startten een nieuw taxibedrijf en werden gesommeerd het concurrentiebeding na te leven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechten uit het concurrentiebeding rechtsgeldig waren overgedragen aan RTA en dat appellanten zich aan het beding moesten houden. Appellanten voerden onder meer aan dat het beding persoonlijk was en niet overdraagbaar, en dat zij zich jegens de oorspronkelijke partij hadden verbonden.
Het hof verwierp deze grieven. Het stelde vast dat het concurrentiebeding als vorderingsrecht overdraagbaar is, dat mededeling aan appellanten had plaatsgevonden, en dat het beding niet onlosmakelijk verbonden was met de arbeidsovereenkomsten. Ook was er geen grond voor een beroep op redelijkheid en billijkheid om het beding te negeren. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is overgedragen en appellanten zich daaraan moeten houden.