ECLI:NL:GHSGR:2009:BK8256
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Pannekoek-Dubois
- Bos
- Rechtspraak.nl
Verdeling kinderalimentatie bij co-ouderschap rekening houdend met draagkracht ouders
In deze zaak stond de vaststelling van de kinderalimentatie centraal voor twee minderjarige kinderen in een co-ouderschapssituatie. De vader was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam, waarin de bijdrage van de vader aan de kosten van verzorging en opvoeding was vastgesteld. Het hof ging uit van een totale behoefte van € 1.150 per maand voor beide kinderen, rekening houdend met het feit dat de kinderen om de week bij elke ouder verblijven.
De draagkracht van beide ouders werd nauwkeurig berekend aan de hand van hun inkomsten, woonlasten, zorgverzekeringspremies en andere relevante lasten. De vader werd als alleenstaande beschouwd met een draagkracht van € 651 per maand tot april 2009 en € 473 per maand daarna. De moeder had een draagkracht van € 477 per maand. Het hof hield rekening met verblijfskosten van de kinderen bij de vader van € 200 per maand.
Op basis van deze gegevens werd de verdeling van de kosten tussen de ouders vastgesteld. Voor de periode van 23 december 2008 tot 1 april 2009 moest de vader € 467 per maand betalen aan de moeder, en voor de periode van 1 april 2009 tot 21 augustus 2009 € 375 per maand. De bijdragen per kind werden ook gespecificeerd. De bestreden beschikking werd vernietigd en de alimentatieverplichtingen werden opnieuw vastgesteld, waarbij het hof het verzoek van de vader om een andere rekenmethode te hanteren niet volgde.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige draagkrachtberekening en een redelijke verdeling van kosten bij co-ouderschap, waarbij ook verblijfskosten worden meegenomen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De bijdrage van de vader aan de kinderalimentatie is herzien en vastgesteld op basis van draagkracht en verblijfskosten.