ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4898
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- A.D. Kiers-Becking
- T.H. Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering bij geschil over schuldoverneming en ontslag uit betalingsverplichting
Appellant betwistte zijn hoofdelijke betalingsverplichting uit een geldleningsovereenkomst met Grolsch en stelde dat W deze verplichtingen had overgenomen met instemming van Grolsch. Het hof gaf appellant een bewijsopdracht om dit aan te tonen.
Verschillende getuigen, waaronder appellant, W en medewerkers van Grolsch, werden gehoord. Appellant verklaarde dat er afspraken waren gemaakt over schuldoverneming, maar andere getuigen konden dit niet bevestigen en gaven aan dat er geen schriftelijke overeenkomst of interne goedkeuring was voor de overname.
Het hof oordeelde dat appellant niet in de bewijsopdracht was geslaagd omdat de verklaringen onvoldoende en tegenstrijdig waren, en dat de gebruikelijke procedures binnen Grolsch niet waren gevolgd. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, waarbij appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellant niet is ontslagen uit zijn hoofdelijke betalingsverplichting en veroordeelt hem in de proceskosten.