ECLI:NL:GHSGR:2009:BL5244
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Bouritius
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling met lijfsdwang bij geschil over omgang minderjarige
In deze zaak staat de vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind centraal, alsmede de vraag of de regeling uitvoerbaar moet zijn bij lijfsdwang. De moeder, die het eenhoofdig gezag heeft, verzet zich tegen de omgangsregeling en de toepassing van lijfsdwang, terwijl de vader een ruimere omgangsregeling wenst.
De rechtbank had bepaald dat omgang plaatsvindt om de twee weken op zondagmiddag, onder begeleiding van beide grootmoeders, en dat de vader bij overtreding van de regeling de moeder in gijzeling mag stellen voor twee dagen. De moeder betoogt dat de omgang te lang is en dat de gijzelingsmaatregel onterecht is opgelegd. De vader stelt dat hij de minderjarige wekelijks ziet en dat omgang zonder begeleiding gewenst is.
Het hof overweegt dat het belang van de minderjarige prevaleert en dat omgang onder begeleiding tijdelijk is, met de verwachting dat de omgang zich ontwikkelt. De moeder voldoet niet aan haar verplichting om de omgang te stimuleren en blijft vasthouden aan begeleide omgang, wat het hof onwenselijk acht. Gezien de bijzondere omstandigheden acht het hof lijfsdwang als uiterste middel gerechtvaardigd om naleving van de omgangsregeling te waarborgen.
De grief van de moeder over het ontbreken van hoor en wederhoor wordt verworpen omdat zij in hoger beroep voldoende gelegenheid tot reactie heeft gehad. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en handhaaft de omgangsregeling met de sanctie van lijfsdwang.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling met lijfsdwang tegen de moeder.