ECLI:NL:GHSGR:2009:BL5302
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag loonbelasting voetbalclub na verwijzing Hoge Raad
De zaak betreft een beroep van een voetbalclub tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 1997. De Inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd wegens loonbetalingen aan twee voetballers. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam waarbij de naheffingsaanslag werd vernietigd, stelde de Minister van Financiën cassatie in. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Bij de herbeoordeling bevestigt het Hof dat de door de Inspecteur gestelde bedragen ten titel van loon zijn genoten door de voetballers. Het Hof oordeelt dat de Inspecteur bevoegd was om de naheffingsaanslag aan de voetbalclub op te leggen en niet aan de voetballers zelf. Daarnaast voldoet de voetbalclub niet aan de wettelijke vereisten om de eindheffing op grond van artikel 31 van Pro de Wet achterwege te laten. De brutering van de naheffingsaanslag is op goede gronden toegepast, mede omdat de transfervergoedingen via buitenlandse voetbalclubs werden geleid om fiscale controle te bemoeilijken.
De voetbalclub stelde dat bedragen deels aan derden ten goede zouden zijn gekomen, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. Ook andere argumenten van de voetbalclub werden door het Hof onvoldoende onderbouwd geacht. Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de naheffingsaanslag. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de voetbalclub tegen de naheffingsaanslag loonbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.