ECLI:NL:GHSGR:2009:BL5653
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Husson
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eenhoofdig gezag vader en omgangsregeling minderjarigen na ondertoezichtstelling
In deze zaak staat het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank centraal, waarin het eenhoofdig gezag over de minderjarigen aan de vader is toegekend en de gewone verblijfplaats van de kinderen bij de vader is vastgesteld. De minderjarigen verblijven momenteel onder toezicht in een gezinsvervangend tehuis en zullen naar verwachting naar de vader in het buitenland verhuizen.
De moeder betwist de toewijzing van het gezag en de verblijfplaats, onder meer vanwege onvoldoende inzicht in de pedagogische kwaliteiten van de vader, communicatieproblemen en haar vrees voor het verlies van contact met de kinderen. De vader en Jeugdzorg verzetten zich tegen de verzoeken van de moeder en benadrukken het belang van stabiliteit en veiligheid voor de kinderen.
Het hof overweegt dat de communicatieproblemen tussen ouders ernstig zijn en dat een gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico vormt voor de minderjarigen. Het bekrachtigt daarom het eenhoofdig gezag van de vader. Gezien de verhuizing naar het buitenland acht het hof zich onvoldoende voorgelicht om een omgangsregeling vast te stellen, maar laat het aan Jeugdzorg over om onder toezicht een omgangsregeling te ontwikkelen.
De verzoeken van de moeder tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad en tot wijziging van verblijfplaats worden afgewezen. De bestreden beschikkingen van de rechtbank worden bekrachtigd, waarmee het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en wijst de verzoeken van de moeder af.