ECLI:NL:GHSGR:2009:BL5783
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- S.T.M. Beelen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening heffingsrente over periode 2006-2007 in hoger beroep
Belanghebbende verzocht om een nadere voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2006, waarbij heffingsrente werd berekend over de periode van 1 juli 2006 tot en met 21 juni 2007. Belanghebbende stelde dat de rente pas eind 2006 werd genoten en dat de heffingsrente ten onrechte over eerdere perioden werd berekend, aangezien hij over die perioden geen belasting verschuldigd was.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en oordeelde dat de wettelijke bepalingen inzake heffingsrente geen ruimte bieden om de rente lager vast te stellen of achterwege te laten. De rechtbank benadrukte dat het belastbare feit het beschikken over vermogen is, niet het moment van het genieten van rente.
Het Hof bevestigde dit oordeel en overwoog dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een berekeningsmethodiek die abstraheert van het feitelijke genietingsmoment. De nadelen van deze systematiek zijn door de wetgever gewogen en aanvaard. Het Hof wees ook een beroep op vermeende discriminatie op grond van internationale verdragsbepalingen af, omdat dit buiten de rechtsvormende taak van de rechter valt.
Het Hof besloot dat de heffingsrente terecht is berekend en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de heffingsrente terecht is berekend over de periode 1 juli 2006 tot en met 21 juni 2007.