ECLI:NL:GHSGR:2009:BL6395
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Mos-Verstraten
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en co-ouderschap bij wijziging verblijfplaats minderjarige
In deze zaak stond de vraag centraal of de moeder kinderalimentatie aan de vader moest betalen voor hun minderjarige kind, mede in het licht van de gewijzigde verblijfplaats van het kind en de vraag of sprake was van co-ouderschap.
De moeder voerde aan dat er sprake was van co-ouderschap en dat zij onvoldoende draagkracht had om alimentatie te betalen. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van co-ouderschap omdat het kind niet bij helfte bij beide ouders verbleef. De gewone verblijfplaats van het kind was bij de vader.
Verder werd overwogen dat de moeder door beslag op haar salaris feitelijk onvoldoende inkomen had om een bijdrage te leveren zonder in haar noodzakelijke levensonderhoud tekort te schieten. Het beroep op rechtsverwerking door de moeder werd verworpen omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die een gerechtvaardigd vertrouwen op afstand van alimentatie rechtvaardigden.
Het hof stelde de ingangsdatum van de alimentatieplicht vast op 1 november 2008, de datum waarop de moeder op de hoogte was van het verzoek van de vader. Uiteindelijk werd de bijdrage van de moeder aan de vader voor de verzorging en opvoeding van het kind per die datum op nihil gesteld en werd het hoger beroep van de moeder deels toegewezen.
Uitkomst: De moeder hoeft vanaf 1 november 2008 geen kinderalimentatie aan de vader te betalen vanwege onvoldoende draagkracht en afwezigheid van co-ouderschap.