ECLI:NL:GHSGR:2009:BM0027
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- A.D. Kiers-Becking
- T.H. Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Matiging van proceskostenvergoeding in hoger beroep bij beperkte zaakwaarde
In deze civiele zaak stond de matiging van de proceskostenvergoeding in hoger beroep centraal. VDV Meubelen B.V. was in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de rechtbank Middelburg, maar werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard voor zover het hoger beroep gericht was tegen het vonnis van 25 maart 2008. Het hof bekrachtigde het vonnis van 8 april 2008 van de rechtbank.
Geïntimeerde had proceskosten gemaakt die zij ter vergoeding vorderde, onderbouwd met uren- en kostenstaten van twee advocatenkantoren, waaronder een Belgisch kantoor. Het hof matigde de gevorderde kosten tot een bedrag van €3.500,-, omdat de inzet van het buitenlandse kantoor niet noodzakelijk was aangetoond, een groot deel van de grieven niet ontvankelijk was en het belang van de zaak beperkt bleef tot circa €20.000,-.
Het hof oordeelde dat de proceskosten redelijk en evenredig moesten zijn en wees het meerdere af. VDV werd veroordeeld tot betaling van de gematigde proceskostenvergoeding aan geïntimeerde. Het arrest werd uitgesproken in openbare terechtzitting op 29 september 2009.
Uitkomst: VDV wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld tot betaling van €3.500,- aan proceskosten aan geïntimeerde.